Lipstick achter een mondkapje

Deel dit bericht:

Zoals de mensen op 2 mei 1945 voelden dat het einde van de oorlog nabij was, dat het nog maar een kwestie van enkele dagen of op zijn hoogst weken zou zijn, zo ervaar ik deze tijd. Licht gloort aan de horizon, maar nog niet voluit juichen.  Nog steeds een mondkapje op, maar alvast lipstick op de lippen.

Straks deinen de lichtjes weer zoetjes, op het trottoir zijn alleen nog de restanten van de tape te ontwaren, waar tot voor kort mensen geduldig wachten voor de winkeldeur. Niet langer klinkt het kerkklokgelui als waarschuwing om zich naar huis te spoeden. Het godshuis dat enkele weken nog werd verketterd door coronafundi’s opent straks weer haar troostende deuren voor iedereen die bezinning zoekt.

Wat neem ik mee na deze periode? Een gedeukt gemoed en wankelmoedige houding tussen hoop en vrees. In de week dat het land verdeeld werd tussen cruciaal en misbaar, weet ik dat ik een niet-cruciale stukjes-tikker ben. Als deze crisis iets duidelijk heeft gemaakt, is de overtuiging dat het leven nauwelijks maakbaar is. Albert Camus, de schrijver van een roman De Pest over een stadje in Noord-Afrika waar de ziekte slachtoffer na slachtoffer maakt, zei het al: het leven is een hospice, geen hospitaal.

De vloer na de coronadrempel is straks bezaaid met gefnuikte verwachtingen en in de garderobe hangt het verlies van argeloosheid naast de verloren onschuld. Weg is de onbevangenheid waarmee je de ander tegemoet treedt. De macabere dans om buiten de zone van de ander te blijven, de schouder zonder klopje, de omhelzing zonder hals. Dat nemen we mee uit de coronatijd. Net zoals de duizenden werklozen en de zzp-ers die nu al op de rand van de afgrond balanceren. Het failliet van de consumptiemaatschappij waarbij landgenoten een reis boeken naar België omdat je dan niet in quarantaine moet, op de dag voor de lockdown in de rij gaat staan bij de Rituals of de feestende supporters van FC Cambuur. Als deze corona wel iets duidelijk maakt, is dat menselijk gedrag onveranderlijk is.

Ik verheug me erop dat er straks weer meer mogelijk is, ontmoetingen, theaters, winkels, feesten en partijen. Maar de angst sluipt langs de straten en glipt onder de gesloten deuren naar binnen. Die angst, die hou ik nog wel even bij me.