De bibliotheek in de kast

Deel dit bericht:

De liefde voor boeken zat er al vroeg in bij mij. Op vijfjarige leeftijd had ik een eigen bibliotheek in de kast op mijn slaapkamertje, inclusief een datumstempel om op ordentelijke wijze de administratie bij te houden. Daartoe plakte ik velletjes gelinieerd papier in alle boeken die ik tegenkwam en leende ze vervolgens uit aan mijn huisgenoten. Omdat ik de jongste ben in een gezin van vijf broers en zussen, speelde iedereen welwillend mee. Het ging zelfs zover dat ik buren en kennissen aanschreef met briefjes vol hanenpoten met een aanmaning om uitgeleende boeken te retourneren. Omdat mijn moeder na vijf kinderen wel een beetje klaar was met de strikte opvoeding gaf ze me alle ruimte om mijn fantasiebibliotheek naar eigen inzicht te runnen. Naar ik later begreep kwam ze ’s avonds, als ik al lang sliep, de exemplaren van huisgenoten en buren terug halen. Ik heb op de middelbare school nog even overwogen om de opleiding tot bibliothecaris te volgen, maar ik koos een ander pad. Waarom? Waarschijnlijk omdat het vak in mijn ogen een oneindig tuttig en saai imago had. Ach, kon ik de tijd nog maar terugdraaien!

Met mijn beroepsmatige carrière is het later helemaal in orde gekomen, maar het verlangen naar het boeken en ordening ben ik nooit te boven gekomen.  De Haarlemse opmars van straatbibliotheekjes is daarom een zegen in mijn dagelijkse bestaan. Weliswaar bevat de Openbare Bibliotheek heel veel boeken maar mijn behulpzame pogingen tot herordening worden door het personeel niet op prijs gesteld. Nadat ik het boek ‘In acht weken slank’ door de Foodsisters bij de sectie Sprookjes had ondergebracht, werd me vriendelijk gevraagd om voortaan eigen initiatief achterwege te laten.

Nee, dan zo’n heerlijk boekenkastje aan de straat om boeken door te geven en te ruilen. Sinds familie en vrienden weten dat ik liefhebber in boeken worden tassen vol oude boeken bij mij neergezet om door te plaatsen in de straatbiebjes.  Boeken van door mij bewonderde schrijvers krijgen het beste plekje in de straatbieb en ik zet de lelijkste en oudste boeken er omheen zodat mijn lievelingen extra glanzen.  Als ik dan zo bezig ben, dan ben ik weer terug in mijn slaapkamertje in Haarlem Noord met een bed, een bureautje en een vaste kast met legplanken. De moraal van dit verhaal: het is nooit te laat om je hart te volgen.