Koken, tafeldekken en een wedstrijd

Deel dit bericht:

Zeg je huishoudschool, dan hoor je onmiddellijk in gedachten erachteraan: spinazieacademie. Ooit een spotnaam, maar later een geuzennaam voor het type onderwijs waarbij het onderricht in koken en tafeldekken een belangrijke onderdelen zijn. Bij de bouw van Mons Aurea werd er dan ook geïnvesteerd in een keuken die op dat moment tot de top behoort. Met gasfornuizen en werkbladen, een eigen kruidentuintje en voldoende ruimte voor iedere leerling. Het kooklokaal kreeg een prominente plek aan de voorzijde van de school, met uitzicht op de tuin en het kruidentuintje onder handbereik.

Vergeet je kooksluier niet!
Er bestaat niet zoiets als ‘katholiek koken’ maar op Mons Aurea droegen de leerlingen een kooksluier, een variant op de kookmuts die verplicht was op de huishoudscholen i.v.m. hygiëne. Een lange band met aangerimpelde doek die je om je hoofd kon knopen: op een Rooms Katholieke school zoals Mons Aurea heette dat een sluier.

reglement Mons Aurea

Degelijke hollandse kost
Kookles stond synoniem voor de Hollandse pot. Eenvoudige en voedzame maaltijden als gekookte aardappelen, appelmoes, of havermoutpap. Leerlinge Loes Pas heeft goede herinneringen aan de lessen, al was ze soms verbaasd over het niveau. Zij kreeg een complimentje van de lerares omdat zij de ingrediënten van een stamppot in een pan had gedaan, in plaats van de losse onderdelen te koken in aparte pannen. Dat was op school nog niet eerder vertoond! Corry van Roon, leerlinge vanaf het eerste uur heeft nog een schrift uit 1962 vol recepten met de Hollandse pot, maar ook nieuwigheden als muesli en frikandellen.  Een enkele leerling klaagde over het vroege tijdstip van bereiding omdat het zelf gekookte voedsel na de les opgegeten moest worden. Dat viel niet bij iedereen in de smaak. Ingrid Schulte weet nog steeds hoe ze leerde pudding te bereiden met gelatine en andere handigheidjes die nog steeds van pas komen.

Tafeldekken is een kunst
Naast het koken werden er ook lessen gegeven in tafel schikken en opdienen van de gerechten. Voor de grote feesten werd dan gebruik gemaakt van de aula van Mons Aurea. Er was een uitgebreide handleiding over de regels bij het tafeldekken, het tafellinnen, de volgorde van het bestek, glaswerk, fruit en rookgerei. En het luisterde zeer nauw, op elke vlekje of ongerechtigheid op een glas werd gelet.

In de jaren zestig werd er nog gehecht aan een mooi gedekte tafel, en daarom werden op verschillende plekken tafeldekwedstrijden gehouden, waarbij men bijvoorbeeld de tafel mocht dekken voor een feestelijk kinderpartijtje, of een diner met wildgerechten. In 1965 bracht de Engelse prinses Margaret met haar echtgenoot met de boot een bezoek aan Nederland, wat de aanleiding was voor een tafeldekwedstrijd in Engelse sferen. De tafeldekcompetitie ging samen met porseleinen dekschalen, couverts, en gestreken servetten roemloos ten onder in de jaren zeventig.  Fondue en houten borden werden het toppunt van gezelligheid en voor de dagelijkse hap werden de pannen op tafel gezet, of de borden alvast in de keuken opgeschept. Niet zoveel later onder invloed van Studio Sport het bord op schoot zijn intrede en kwam er definitief een einde aan het fenomeen tafeldekwedstrijd.

In 2014 werd het fenomeen tafeldekwedstrijd nog heel even nieuw leven ingeblazen door museum De Hermitage ter gelegenheid van de tentoonstelling Dining with the Tsars. Breekbare schoonheid uit de Hermitage. De eerste prijs, het 32-delig Wedgwoodservies, ging naar Nathalie Jungerius uit Monnickendam met de inzending Eenvoud is levende schoonheid en de stijl: ‘Koninklijk doch toegankelijk.’

Koken en kookwedstrijden